Van juni 2016

Den Store Styrkeprøven

Soms wil ik iets, en als ik iets wil, dat moet het gebeuren ook. Zo werkt het een beetje daarboven in mijn hoofd, het is er met geen mogelijkheid meer uit te krijgen. Je begint met fietsen, maakt je eerste rondje van 100km+ (Rondom Stad 2014), en bent dan helemaal hyper van de adrenaline na het uitrijden hiervan. Dat smaakte blijkbaar naar meer. Je gaat meer fietsen, langere afstanden, zwaardere uitdagingen, de eerste keer 200+ (Elfstedentocht 2015), je wordt sterker en merkt dat je lijf in steeds meer instaat blijkt te zijn. Winterfietselfstedentochten, rondjes IJsselmeer, col du Galibier, Mont Ventoux, col du Tourmalet.

Een rit van Trondheim naar Oslo, iets wat tot mijn verbeelding spreekt. Mijn Oom, Omke Jan Wijnsma, reed hem ooit in 1993. De verhalen heb ik gehoord. Zelf ben ik in 2012 in Noorwegen geweest, rond getrokken met de Land Rover Defender, wat een feest, wat een adembenemend land. Ik herinner me nog dat ik vorig jaar op de woensdagavond op Kardinge stond, het regende, we schuilden bij de bushalte. Styrkeprøven kwam te sprake, Jaap vertelde. Ik was verkocht. Zodra de inschrijving open was, heb ik me ingeschreven. Misschien was dat nog wel het engste. Een stok achter de deur. De winter door fietsen, kilometers maken, afzien tijdens de winterfietselfstedentocht, en toen kwam Spaak ‘even’ tussendoor. Dat ‘andere’ wat zo in mijn hoofd zat. De uitdaging Spaak lukte, veel bloed, zweet en tranen. Het runnen van je eigen fietscafé betekend minder vrije tijd, dus minder tijd om te trainen. Toch geprobeerd zo veel mogelijk kilometers te blijven maken. De planning: het maken van drie 300km+ ritten werd hem niet, het werd er uiteindelijk één. Een rondje IJsselmeer vanaf Groningen en geëindigd op de boerderij van mijn ouders. Dik 300km, binnen de 10 uur. Ik twijfelde of Styrkeprøven me wel zou gaan lukken, juist om de mindere training van voorafgaand gepland, maar de 300km rit gaf me vertrouwen. Het ging goed en had niet verwacht het sneller dan 30km per uur te kunnen doen.

 

Afgelopen maandag de bus van heit en mem ingepakt en samen met zusje Marion en haar vriend Benjamin op naar het hoge noorden. Door Duitsland en Denemarken, met de boot over naar Kristiansand vanaf daar in drie dagen naar Trondheim gereden. Via de hoogvlaktes, tussen muren van sneeuw door, langs idyllische dorpjes en via de fjorden. Gehiked naar de Nigardsbreen Glacier (die in vier jaar tijd toch aanzienlijk geslonken was). Er waren veel wegwerkzaamheden onderweg, soms werd de hele weg afgesloten en moesten we een uur wachten voordat we verder mochten. Een mooie gelegenheid om de benen bergop nog even te testen. En fietsen langs het Sognefjord is toch echt niet verkeerd! Donderdag zijn we via een deel van de Styrkeprøven-route naar Trondheim gereden. Dat was even slikken. Het leek wel alsof er aan het dalen geen eind meer kwam, wat betekende dat ik dat de volgende avond/nacht weer omhoog zou moeten klimmen. De zenuwen begonnen op te spelen.

Op D-day naar het Scandic Hotel in Trondheim, startbewijs ophalen. Een invasie van wielrenners. Even later waren Herwig en Derek ook gearriveerd in Trondheim, elkaar nog even gezien en gesproken, de avonturen van de afgelopen week doorgesproken, gecheckt of we er klaar voor waren, en elkaar heel veel succes gewenst! Wel onwerkelijk om elkaar zo daar boven in Noorwegen tegen te komen en te realiseren dat ons toch wel iets onnozels te wachten stond. Terug naar het appartement, een enorm bord pasta eten, fiets klaar maken, alles controleren, frametassen inpakken met eten en rusten. Nog even proberen te slapen, maar ik was zo schijt-zenuwachtig dat me dat niet meer lukte. Om 21.30 naar de start midden in het centrum van Trondheim. Samen met een kleine 100 man (en een paar vrouwen) in het start-vak wachten tot we los mochten. De laatste succes wensen van Marion en Benjamin, wat aanmoedigingen van andere mensen om me heen, samen met de vraag of ik dit echt alleen ging doen. Het voelde fijn om alleen te kunnen starten, zonder dat je mee moest met een groep, dat ik mijn eigen tempo kon gaan fietsen.

22.00 los! Eindelijk fietsen, de zenuwen wegtrappen. Tot de eerste stop (Sokndal, 62km) in een fijne groep, samenwerken, draaien, het ging lekker. Na de eerste stop begon het toch echt donkerder te worden, wat schemer, meer was het ook niet, maar toch. De groep was uit elkaar gevallen, dus ging ik alleen verder. Eigen Styrkeproven 2tempo fietsen, klimmen en genieten van de omgeving. De natuur om me heen veranderde langzaam, maar daarbij de temperatuur ook, rond de 4 graden, ik kreeg het koud en werd wat moe. Aftellen tot de tweede stop in Oppdalsporten op 106km. Van de fiets af, naar binnen, opwarmen. Maar door het temperatuurverschil werd ik erg moe. Bouillon en koffie, Noors brood (wat nou niet echt geweldig is). Maar toch bleef ik moe. Er kwam een Noor bij me aan tafel zitten, na zijn peptalk zijn we samen weer op de fiets gestapt. Hij fietste ook alleen en wou best een tijd samen fietsen. Ik twijfelde eerst, liet hem weten nou niet echt de beste klimmer te zijn en wou niet hebben dat ik hem straks zou ophouden. Maar hij bleef voet bij stuk houden. Team Cannondale was gevormd; hij op een EVO, ik op de CAAD10. Na een paar km’s te hebben gefietst, kwam ik weer wat bij, begon me weer wat fitter te voelen en kwam in een aardig klim-ritme. Het bleek dat we toch aardig het zelfde ritme hadden, wat voor ons beide enorm fijn was. Na 150km te hebben geklommen kwamen we eindelijk boven op het Dovrefjell, de hoogvlakte. Het miezerde al een lange tijd, maar aan de weg te zien, hadden we net flinke regen gemist. Wel enorm veel opspattend water, waardoor we alsnog zeiknat werden. Ik had in mijn hoofd dat na de top van het Dovrefjell het wel aardig naar beneden zou gaan, maar helaas had ik me hier wat in vergist, het was toch echt nog zeker 25km vals plat, tegenwind en kou; 2 graden. Op naar Dombas (196km), een snelle afdaling en de stop in een tent (dat was even een teleurstelling, dromend over een mooie houten huis met houtkachel of zo). Gelukkig stond er wel een hittekanon, zoveel mogelijk kleren uit, alles drogen zodat jezelf ook weer warm wordt. Dit lukte aardig. Na het eten en drinken weer op de fiets, een hele glooiende afdaling, langs watervallen, kolkende rivieren, schitterend. De Noor en ik realiserende ons dat we elkaar nog helemaal niet voorgesteld hadden, dus de Noor kreeg een naam: Thomas. Het bleef prettig fietsen, het werd weer echt licht, het werd weer warmer. Van stop naar stop fietsen werkte het beste voor ons, zo houd je het behapbaar, de rest komt later wel. Vermoeidheid kwam met vlagen, een powernap zou fijn zijn, maar en comfortabele plek kon ik niet vinden. Op 383km, in Biri, ontmoete ik Marion en Benjamin, dus bij hen op de achterbank van de bus even 20 minuten mijn ogen dicht gedaan, wat fijn! Samen met Thomas besloten wat meer mensen bij elkaar te scharrelen om een groepje samen te stellen. Dit lukte aardig, en na de stop vertrokken met we 6 personen. Helaas liep de samenwerking niet zoals gehoopt en bleven we uiteindelijk met z’n 3en over; Stefan uit Duitsland (ja, op een vouw-racefiets) sloot aan en dit matchte goed! Gemiddeld was er om de 50km een stop, maar soms was dit toch langer; 80 km en dat is dan wel verrekte lang. Vlak is het niet, veel klimmen en weer dalen, steeds op en neer, heuvel na heuvel. Zwaar en zo nu en dan deze klimmetjes vervloekend. Gelukkig blijf ik het dalen leuk vinden. Het grootste deel van de route gaat trouwens over de E6, de ‘snelweg’ van zuid naar noord. Wel twee-baans, maar toch, fietsen tussen de vrachtwagens en al het andere verkeer. Op elke afslag, rotonde of splitsing stonden verkeersregelaars, al het verkeer, elke keer weer, werd tegengehouden zodat wij door konden fietsen! Ergens langs de route stonden Noren ons aan te moedigen en boden ons brood en koffie aan, hier dankbaar gebruik van gemaakt en tijdens het foerageren nog ons zelf rijkelijk uitgelachen voor waar we in vredesnaam mee bezig waren. De Noren waren zo gastvrij en vonden het geweldig dat we even bij ze kwamen stoppen!

In Totenvika (434km) werd het avond, weer wat kouder, maar nog maar een dikke 100km te gaan. Bizar dat je op een gegeven moment denkt: ‘Yes, nog maar 100km te gaan’!, maar daarna begint het besef dat je daarmee ook nog minstens 4 uur mee bezig bent. Het is een psychologisch spel, een mentale uitdaging. Vooral het van stop naar stop fietsen helpt, en verder proberen niet te veel met de km’s bezig te zijn. Bij de stop in Totenvika kwamen we twee Nederlanders tegen: Martijn en Marten, ik herkende beide heren door hun Masarati-kleding en sprak ze aan. Een kennis van mij zou namelijk met hen meedoen. Frank was er niet, maar zij beide dus wel. Na een kort praatje gingen Thomas, Stefan en ik weer verder. Een half uur later haalden Martijn en Marten ons weer in en kwamen voor ons fietsen, we kregen hun wiel en zij zorgden er voor dat het tempo nog een beetje hoog bleef (iets wat na 440 km niet heel makkelijk meer is). Bij de een na laatste stop (Stensby Sykehus 470km) ging Marten met een ander (sneller) groepje verder, Martijn bleef bij ons, het tempo beviel hem goed. Doorfietsen, in dichterbevolkt gebied komen, geconcentreerd proberen te blijven ondanks de vermoeidheid en toch weer invallende nacht. Toch zo nu en dan op de Garmin kijken, aftellen. Iedereen een stukje op kop, samenwerken en elkaar aanmoedigen. De hele rit lang stonden er mensen langs de kant van de weg ons aan te moedigen, met Noorse vlaggen en al, elke keer weer kreeg ik kippenvel, zo bijzonder, lief en vooral ook heel fijn, want die aanmoedigingen hielpen me er echt wel door heen! De laatste stop, Kløfta 507km, toch nog even van de fiets, plassen, eten en drinken. Van de EHBO-er kregen we te horen dat er in de laatste dikke 30km nog twee klimmen van 2,5km en 3,5km zaten, altijd een leuk vooruitzicht. Dus hop, op de fiets voor het echte laatste loodje. Zo nu en dan werden we getrakteerd met een schitterend uitzicht over Olso by night. De twee klimmen kwamen, kuitenbijters, maar vooral de laatste was speciaal: weer terug op de E6, maar de E6 in Oslo is wél een echte snelweg, zes-baans, welke speciaal voor ons voor de helft was afgesloten. Bijzonder om zo de laatste km’s te mogen fietsen, En ja, zoals altijd: de laatste loodjes wogen ook zeker het zwaarst. Kippenvel. Na de klim was het vooral nog afdalen en via de snelweg reden we zo de Vallhall Arena binnen. Gehaald, gelukt! Adrenaline kwam weer om de hoek kijken, een paar tranen van geluk. Nog mee gekregen dan onze namen omgeroepen werden. Een medaille  omgehangen.  Elkaar omhelzen. Fiets aan de kant, zitten, eten en drinken. Even laten kwamen Marion en Benjamin ons begroeten! Het was dik twee uur ’s nachts, prima tijd voor een biertje. Samen met de heren, ‘ons’ groepje, geproost.  Uren eerder had ik op de fiets voor de grap al beloofd te speechen na het behalen van de tocht, dus met een biertje in de hand laten weten wat voor geweldig groepje we waren en hoe enorm veel ik aan hun steun heb gehad. Wat een dag, wat een rit, haast niet te omschrijven. Het was bizar, zwaar, mooi, emotioneel en vooral heel bijzonder. Je bent als mens in meer in staat dan je zelf denkt.Styrkeproven 1